header image

Home

Eerste Communie

Vanaf oktober zijn 15 kinderen uit onze geloofsgemeenschap  zich aan het voorbereiden op de Eerste communie. Een belangrijke plaats hierbij zijn de vieringen van Groot en Klein.

Onder het jaarthema “Jij blijft altijd verbonden met mij”  wordt in Het Ronde Tafelhuis gevierd, gezongen, gebeden en meegedaan.

Op 28 mei en 11 juni maken ze allemaal hun schakel vast aan de grote ketting om zo hun verbondenheid zichtbaar te maken.

Ze hebben zich verder voorgesteld aan de parochie,  de Mariakerk bezocht, samen gekleurd en gegeten om ook te voelen dat ze bij elkaar horen.

               


Bezoek R-Newt aan Mariakerk

Vrijdagmiddag 13 mei. Met `Sonja, onze parochie-coördinator, Mary onze Vriend en Jan, onze organist, wacht ik voor de pastorie op Amin en zijn jongens. Amin is jongerenwerker in onze wijk. In het kader van het programma Radicaal anders spraken we een bezoek aan de Mariakerk af. Voorzichtig waarschuwde ik: “hij denkt dat er 12 jongens komen, maar ik ben al blij met 8. Niet onverwacht gaat om 4 uur de telefoon; “We zijn een kwartiertje later”. En kwart over vier zijn ze er, rond half 5 gevolgd door nog een stel knullen uit de wijk. Sonja en Mary zorgen voor een warme ontvangst in een gezellige vergaderzaal. Snel slepen ze wat stoelen aan, met Amin erbij zijn er 20 jonge knullen binnen, bijna allemaal moslim. Ik loop met ze naar de begraafplaats waar ze die onder de indruk zijn. Staan stil bij het graf van de oma van een van de jongens die  dat hij daar iedere week met zijn vader is. We lopen terug, Amin en ik met, zoals hij dat noemt: ‘een club stuiterende testosteronbommen” en laten ze even uitrennen voordat ze de kerk ingaan. Bij binnenkomst horen we het orgel spelen, Jan zet alles in wat hij heeft. Ademloos luisteen ze naar het levensverhaal van Peerke en willen weten of ik mensen ken die beter werden omdat zij hadden gebeden. Daar maken we een groepsfoto en steken over naar de doopvont waar we, na ons bezoek aan het kerkhof stilsta bij het begin van het leven.

Wim zit al in de Norbertuskapel klaar voor de ontvangst van de vesperbezoekers. Maar het kan nog net… en ik wordt helemaal warm van de aanblik van al die jongens die een spervuur van vragen op hem afvuren. Over zijn levenskeus en of hij geen spijt heeft, over de onthoofding van Dionysius op het glas in loodraam, of hij gelooft in de opstanding van Jezus en hoe dat dan zou zijn. En die heiligen, hoe zou dat zijn. Als Wim vertelt dat een beeld ons helpt om aan iemand te denken, net zoals een foto van je zus die is verhuisd, je helpt om aan haar te denken, wordt het stil, muisstil. Een van de jongens vraagt nog: ‘heeft u er weleens over gedacht om u te bekeren tot de Islam?” Wim vertelt dat dat niet het geval is, maar dat hij blij is zoveel aardige mensen uit de Islam en het Hindoeisme te hebben leren kennen. Dan gaat de rondtocht verder om boven bij het orgel te eindigen bij Jan. Hij vertelt over het orgel, speelt en heel voorzichtig mogen een paar jongens naast hem zitten en spelen. Als Mary en Sonja de jongens een heerlijk verzorgde maaltijd aanbieden, soep in het Ronde Tafelhuis gemaakt door onze Suuq-dames zijn de jongens diep onder de indruk. “Mevrouw, zo lekker eet ik niet vaak”, zegt een van die jongens. En daar ben ik dan even stil van; een signaal van de harde armoedecijfers uit onze wijk? Amin vroeg mij om af te sluiten met het scheppingsverhaal. En ze waren stil… deze jongens telden mee… de vijfde, de zesde, de zevende dag. En na de afsluitende woorden,: en God zag dat het heel goed was, hoorde ik achter mij: Insjallah!